Richtlijn consumentenrechten 2011 – Het toekomstige herroepingsrecht – Gevolgen

Home / Duits bedrijf lokaliseren / Richtlijn consumentenrechten 2011 – Het toekomstige herroepingsrecht – Gevolgen

Richtlijn consumentenrechten 2011 – Het toekomstige herroepingsrecht – Gevolgen

Hieronder gaat het net als in de vroegere bijdragen enkel om verkopen van producten.

De gevolgen van een gedane herroeping betreffen beide partijen – ondernemer en consument. De belangrijkste consequentie in recht betreft het contract zelf: de partijen zijn niet langer verplicht de op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst uit te voeren. Als er nog geen contract is gesloten (omdat de consument met zijn bestelling pas een aanbod tot sluiting heeft gedaan), dan hoeven de partijen dus het contract niet meer tot stand te brengen. Hieruit volgt dat de consument zijn herroepingsrecht reeds vóór de ontvangst van de waar mag uitoefenen.

Omdat beide partijen van een herroeping getroffen worden, hebben ook beide partijen daarna rechten alsook plichten.

De verplichtingen van de consument

De consument moet in eerste instantie het product naar de handelaar terugsturen of anders aan een gemachtigde van de handelaar overhandigen, tenzij de handelaar aangeboden heeft de goederen zelf af te halen. Hiervoor heeft hij 14 dagen de tijd.

Wat buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten betreft, haalt de verkoper, indien de goederen bij de consument thuis zijn geleverd bij het sluiten van de overeenkomst, deze op eigen kosten af indien de goederen door hun aard niet per gewone post kunnen worden geretourneerd.

De kosten van het retourneren

De consument draagt alleen de directe kosten van het retourneren van de goederen, tenzij de handelaar ermee instemt deze kosten te dragen of de handelaar heeft nagelaten de consument mee te delen dat deze de kosten moet dragen. Dit betekent dat het aan de ondernemer is hoe hij het kostenprobleem van het retourneren regelen wil. Hier kan bijv. een Duitse handelaar (of toekomstig ook een Nederlandse handelaar) van de nu op de Duitse markt gebruikelijke 40 euroclausule gebruikmaken (de retourneringskosten gaan ten laste van de consument als de prijs niet meer dan 40 euro bedraagt. Maar hij  moet het niet. Of hij kan andere prijsdrempels kiezen.

Hier hebben we het dus met een compromis te maken tussen de nu nog geldige Duitse regeling (de kosten gaan ten laste van de verkoper) en de Nederlandse regeling (de kosten gaan ten laste van de koper). Waarschijnlijk komt het uiteindelijk erop neer dat de ondernemer in zijn voorwaarden zal regelen dat deze kosten van hem zijn omdat hij anders niet concurreren kan.

De vergoeding voor waardeverlies

Het herroepingsrecht is een compensatie voor de bij online verkoop ontbrekende mogelijkheid voor de klant een product voor aankoop te kunnen bekijken, de functionaliteit voor zijn doeleinden te testen of bijv. bij kleding te proberen of het bij hem past. Alles wat een klant binnen een verkooplokaal met een product kan doen zonder daarvoor te moeten betalen mag hij dus ook bij zich thuis doen. Wel ziet ook de Europese wetgever dat een klant deze mogelijkheid kan misbruiken en dat daardoor de verkoper gevaar loopt een product vervolgens niet meer of niet meer voor dezelfde prijs te kunnen verkopen:

‘Het komt voor dat consumenten gebruikmaken van hun herroepingsrecht nadat zij de goederen meer gebruikt hebben dan noodzakelijk was om de aard, de kenmerken en het goede functioneren van de goederen vast te stellen. In dat geval dient de consument zijn herroepingsrecht niet te verliezen, maar aansprakelijk te zijn voor het waardeverlies van de goederen. Het uitgangspunt dient te zijn dat de consument, om de aard, de kenmerken en het goede functioneren van de goederen te controleren, deze op dezelfde manier mag hanteren en inspecteren als hij dat in een winkel zou mogen doen. De consument mag dus bijvoorbeeld wel proberen of een kledingstuk past, maar hij mag het niet langere tijd dragen. De consument dient de goederen tijdens de herroepingstermijn dus met gepaste zorg te hanteren en te inspecteren. Artikel 14 mag de consument niet ontmoedigen om zijn herroepingsrecht uit te oefenen.’

Artikel 14 regelt daarom de verplichting van de consument voor een door buitengewoon gebruik veroorzaakt waardeverlies een vergoeding te moeten betalen:

‘De consument is alleen aansprakelijk voor de waardevermindering van de goederen die het gevolg is van hanteren of gebruik dat verder ging dan nodig was om de aard, de hoedanigheid en het functioneren van de goederen vast te stellen. De consument is in geen geval aansprakelijk voor waardevermindering van de goederen wanneer de handelaar heeft nagelaten om overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder h) informatie over het herroepingsrecht te verstrekken.’

Er kan zeker worden verwacht dat de rechtspraak meer dan genoeg werk ermee zou krijgen om de grenzen te bepalen wat nog binnen het geoorloofde bereik valt en wat daarbuiten is (zie bijv. het vullen van een waterbed – dit zou zeker ook toekomstig nog niet tot een waardevergoeding mogen leiden).

Verplichtingen van de handelaar

De handelaar moet alle van de consument ontvangen betalingen vergoeden, inclusief de leveringskosten, uiterlijk 14 dagen na de dag waarop hij door de consument wordt geïnformeerd over zijn besluit om de overeenkomst  te herroepen.

De handelaar verricht de terugbetaling als bedoeld in het eerste lid onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de consument tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de consument uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de consument als gevolg van zulke terugbetaling geen extra kosten mag hebben.

Dat voor het retourneren door de klant en het vergoeden van de koopprijs eenzelfde termijn van 14 dagen bestaat, kan daartoe leiden dat de verkoper reeds tot terugbetaling verplicht is alhoewel hij nog niet weer in het bezit van de te retournerende waar is. Maar in de praktijk zal dit geen belemmering moeten vormen. Want zolang de verkoper de waar nog niet weer terug heeft kan hij met het terugbetalen wachten, artikel 13, lid 3:

‘Behoudens wanneer de handelaar heeft aangeboden de goederen zelf af te halen, kan de handelaar wachten met terugbetaling totdat hij alle goederen heeft teruggekregen, of totdat de consument heeft aangetoond dat hij de goederen heeft teruggezonden, al naar gelang welk tijdstip eerder valt.’

Uiteindelijk hoeft de verkoper geen bijkomende kosten terug te betalen, als de consument uitdrukkelijk voor een andere wijze van levering dan de door de handelaar aangeboden goedkoopste standaardlevering heeft gekozen.

Zie ook:

Belangrijke aspecten van de nieuwe Richtlijn consumentenrechten van 2011

Richtlijn consumentenrechten 2011 – Het toekomstige herroepingsrecht – Uitoefening

Aanbevolen posts

Laat een bericht achter